Sociale evaluatie:    
         
   
Er wordt nagegaan of de familie niet zelf de prothese kan bekostigen. Vaak komen de kinderen bij Project Saci aankloppen via een andere sociale dienst waar reeds een selectie gebeurt. Niet altijd gaat het over straatarme families.

Soms beschikt de familie over net genoeg middelen om in de basisbehoeften te voorzien, zoals kleding en voeding, maar ligt de aankoop van een prothese ver buiten de mogelijkheden. In zo’n geval wordt van de familie toch een extra inspanning gevraagd om een financiele bijdrage te leveren, meestal 10 a 15% van de totale kostprijs.

Op die manier blijven de ouders toch deels zelf verantwoordelijk voor de speciale noden van hun kind en wordt er meer “waarde” gehecht aan de bekomen hulp.
   
   
   
   
   
   
   
    Klinische evaluatie:    
         
    Tijdens de klinische evaluatie wordt exact het pathologische beeld nagegaan:
- welke soort amputatie
- eventuele complicaties
- lichaamshouding
- enzomeer
   
         
   
Men bepaalt welke soort prothese nodig is en er wordt een revalidatieplan opgesteld: voorbereiding van de patient met fysiotherapie, de eigenlijke aanpassing van de prothese en de looptraining. De looptraining gebeurt zoveel mogelijk op een speelse manier, vaak samen met lotgenoten van min of meer dezelfde leeftijd. Dit onderlinge contact zorgt niet alleen voor een extra stimulans, maar doet de kinderen beseffen dat ze niet de enigen zijn met dit soort handicap.
  
   
   
   
   
   
   
   
    Revalidatie:    
         
   
Voorbereiding (normaal alleen voor de eerste prothese):
het is de taak van de fysiotherapeut om de patient voor te bereiden op het gebruik van de prothese.

Belangrijk zijn:
- zwelling van de stomp verminderen door aanleggen van elastische bandages
- spierevenwicht in de stomp bekomen
- spierversterking
- bevorderen wondgenezing
- verminderen van de gevoeligheid van de stomp
- bestrijden van eventuele fantoompijnen
(pijn in het afgezette lidmaat) enz...
   
         
   


De prothese: Dit gebeurd meestal in verschillende fasen. Vaak wordt er eerst een voorlopige prothese gemaakt totdat de stompzwelling onder controle is.
Pas als de stompkoker, lengte van de prothese en opbouw of uitlijning volledig op punt staan, gaat men over tot de cosmetische afwerking.

Looptraining: Een prothese krijgen is een ding, ermee leren lopen is nog wat anders. Om een goed gebruik te garanderen is een goede looptraining fundamenteel. Het kind leert niet alleen weer stappen, er wordt ook aangeleerd om hellingen op en af te lopen, een trap op- en afgaan, hoe de prothese aan- en uitdoen enz...

Psychologische begeleiding: Indien gewenst krijgen de kinderen en hun familie ook begeleiding van de psycholoog Edward, niet toevallig iemand die tijdens zijn kinderjaren ook werd geamputeerd en een sprekend voorbeeld is van hoe men een handicap kan overwinnen.

Sociale begeleiding: De familie en de kinderen worden in meer algemene zin geïnformeerd over thema’s als
- maatschappelijke vooroordelen
- school en werk voor gehandicapten
- aanvaarden en leren leven met een handicap enz...


Zo wordt de ouders duidelijk gemaakt dat hun kind wel degelijk het potentieel heeft om te studeren en later te werken en niet gedoemd is om als “sukkelaar” door het leven te gaan. Dit laatste is belangrijk, onder meer om te voorkomen dat kinderen hun studies stopzetten en de straat worden opgestuurd om te bedelen.
Volgens de normen van Cunina zijn de kinderen trouwens verplicht om naar school te gaan en is het hen verboden te bedelen.
   
         
   
Opvolging: Kinderen groeien, prothesen niet. Om een efficient gebruik van de prothese te garanderen en te voorkomen dat een ongelijke beenlengte rugverkrommingen kan veroorzaken, worden de kinderen op regelmatige tijdstippen opgevolgd. Indien nodig wordt de prothese aangepast of worden bepaalde componenten vervangen. Op die manier wordt een blijvend resultaat gegarandeerd.